ECLI:NL:CBB:2007:BC1348
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- F. Stuurop
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen subsidiëringskorting wegens onvoldoende braaklegging onder GLB-regeling afgewezen
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin een korting werd opgelegd op de akkerbouwsubsidie voor 2005 vanwege onvoldoende braaklegging. Appellant had een oppervlakte van 69,03 hectare overige gewassen opgegeven, maar slechts 6,17 hectare braak, terwijl minimaal 10% braak verplicht was. Appellant stelde dat hij per abuis de kop- en wendakkers van twee percelen niet als braak had opgegeven en verzocht om correctie van de aanvraag.
Het College oordeelde dat de aanvraag reeds was vastgesteld en dat op grond van artikel 15 van Pro Verordening (EG) nr. 796/2004 na de uiterste datum geen wijzigingen meer mogelijk zijn, tenzij sprake is van een kennelijke fout. Het College stelde vast dat de opgave van de percelen volledig overeenkwam met de topografische gegevens en dat verweerder bij een eerste controle niet kon vermoeden dat appellant een deel van de percelen als braak had willen opgeven.
Hoewel appellant bewijs overlegd dat hij een kleinere oppervlakte pootaardappelen had geteeld, is dit onvoldoende om te concluderen dat sprake is van een kennelijke fout. Het College benadrukte dat een kennelijke fout alleen kan worden aangenomen indien de bevoegde autoriteit bij ontvangst van de aanvraag had kunnen vaststellen dat de aanvraag waarschijnlijk niet overeenkomt met de bedoeling van de aanvrager. Dit was hier niet het geval.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en bleef de subsidiëringskorting gehandhaafd. Het College zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de subsidiëringskorting blijft gehandhaafd.