ECLI:NL:CBB:2007:BB6151
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling toeslagrechten GLB-inkomenssteun wegens te late aanvraag 2002 afgewezen
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarbij de toeslagrechten in het kader van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 zijn vastgesteld. De kern van het geschil betreft het niet meenemen van 7,14 hectare maïs in 2002 bij de berekening van het referentiebedrag, omdat appellant de aanvraag voor dat jaar te laat heeft ingediend.
De Minister heeft het bezwaar ongegrond verklaard en het College heeft tijdens de zitting de standpunten van partijen gehoord. Volgens de Europese Verordening (EG) nr. 1782/2003 en de daarop gebaseerde uitvoeringsverordeningen is het referentiebedrag gebaseerd op de daadwerkelijk toegekende toeslagen over de referentieperiode 2000-2002. De niet tijdig ingediende aanvraag 2002 leidde tot niet-ontvankelijkheid en geen toekenning van steun voor dat jaar.
Appellant stelde dat de te late indiening een geval van overmacht was, waardoor het jaar 2002 buiten beschouwing had moeten worden gelaten bij de berekening. Het College oordeelde echter dat de Europese regelgeving geen ruimte biedt voor een dergelijke belangenafweging en dat het verzuim van appellant niet valt onder de erkende gevallen van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden.
Daarmee is het beroep ongegrond verklaard. Het College ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De beslissing bevestigt dat administratieve fouten bij het indienen van aanvragen niet leiden tot correctie van toeslagrechten onder de GLB-regeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van toeslagrechten wordt ongegrond verklaard vanwege te late indiening van de aanvraag 2002 zonder overmacht.