ECLI:NL:CBB:2007:BB6150
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen vaststelling toeslagrechten GLB-inkomenssteun 2006
Appellante stelde dat in 2002 onterecht geen toeslagrechten voor maïs werden toegekend vanwege een administratieve fout in de aanvraag, en dat dit onredelijke gevolgen had voor haar toeslagrechten in 2006. Verweerder handhaafde het besluit waarbij 0 hectare maïs werd meegenomen, omdat appellante niet tijdig een beroep op overmacht had gedaan en het gebruik van een foutieve bijdragecode als normaal bedrijfsrisico werd beschouwd.
Het geschil draaide om de toepassing van Verordening (EG) nr. 1782/2003 en de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, waarbij toeslagrechten worden berekend op basis van referentiebedragen uit de jaren 2000-2002. Artikel 40 van Pro de verordening biedt een uitzondering bij overmacht of uitzonderlijke omstandigheden, maar appellante had dit niet tijdig gemeld en haar situatie werd niet als overmacht erkend.
Het College oordeelde dat de vaststelling van 0 hectare maïs in 2002 definitief was en dat verweerder geen discretionaire bevoegdheid had om hiervan af te wijken. Het beroep op overmacht werd verworpen omdat een administratieve vergissing geen uitzonderlijke omstandigheid is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Het College zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigde de rechtsgeldigheid van het bestreden besluit. De uitspraak werd gedaan door mr. W.E. Doolaard op 10 oktober 2007.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit over de toeslagrechten GLB-inkomenssteun 2006 wordt ongegrond verklaard.