ECLI:NL:CBB:2007:BB5296

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
18 september 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 06/750
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 61 Wet op de Accountants-AdministratieconsulentenArtikel 62 Wet op de Accountants-AdministratieconsulentenArtikel 66 Wet op de Accountants-AdministratieconsulentenArtikel 68 Wet op de Accountants-Administratieconsulenten
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen brief secretaris raad van tucht accountants

Biodent BV diende een beroepschrift in tegen een brief van de secretaris van de raad van tucht voor registeraccountants en accountants-administratieconsulenten, waarin een klacht tegen een accountant-administratieconsulent werd behandeld. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven behandelde het beroep na een zitting waarbij beide partijen vertegenwoordigd waren.

Het College oordeelde dat de brief van 21 september 2006 geen besluit van de raad van tucht was in de zin van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten. De brief vertoonde geen kenmerken van een formele beslissing en er was geen bewijs dat de raad van tucht bij de totstandkoming betrokken was. Daarom was het beroep tegen deze brief niet ontvankelijk.

Het College gaf aan dat de secretaris de klachtenbrieven van Biodent alsnog aan de raad van tucht moest voorleggen zodat deze op de juiste wijze kon beslissen. De beslissing van het College berustte op de relevante artikelen uit de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten die de bevoegdheid en procedure voor tuchtzaken regelen.

Het beroep werd formeel niet-ontvankelijk verklaard, waarmee de procedure werd afgesloten zonder inhoudelijke beoordeling van de klacht tegen de accountant-administratieconsulent.

Uitkomst: Het beroep van Biodent tegen de brief van de secretaris van de raad van tucht is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven
AWB 06/750 18 september 2007
20110 Wet op de Accountants-Administratieconsulenten
Raad van tucht Amsterdam
Uitspraak in de zaak van:
Biodent B.V., te Nijmegen, (hierna: Biodent), indienster van een beroepschrift tegen een brief van de secretaris van de raad van tucht voor registeraccountants en Accountants-Administratieconsulenten te Amsterdam (hierna: raad van tucht), gedateerd 21 september 2006, met het kenmerk vdS/bh/A,
gemachtigde: A, te B.
1. De procedure
Bij brief, gedateerd 21 september 2006, heeft de secretaris van de raad van tucht Biodent het volgende bericht.
“ Betreft: klacht Biodent BV/C AA
Ik ontving uw brief van 15 september jl. De strekking van die brief is een herziening te vragen van de door het College van Beroep voor het bedrijfsleven in de zaak met nummer A256 gewezen beslissing.
Zoals ik u op 28 augustus jl. al schreef is zulks niet mogelijk.
Ik zal uw brief van 15 september jl. mitsdien terzijde leggen.”
Bij brief van 22 september 2006 heeft Biodent de secretaris van de raad van tucht er op gewezen dat zijn brief van 15 september 2006 een klacht, gericht tegen de accountant-administratieconsulent C AA (hierna: betrokkene) behelsde.
Bij een op 9 oktober 2006 ingediend beroepschrift heeft Biodent tegen de brief van 21 september 2006 beroep bij het College ingesteld.
Op 16 augustus 2007 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgehad. Bij die gelegenheid is de gemachtigde van Biodent verschenen en heeft betrokkene zich doen vertegenwoordigen door mr. B. ten Doesschate, advocaat te Utrecht.
2. De ontvankelijkheid van het beroep
2.1 Titel IV van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten (hierna: Wet AA) luidde, voor zover hier van belang, ten tijde van het instellen van het beroep als volgt:
“Artikel 61.- Aan de behandeling en de beslissing van tuchtzaken in de zin van deze wet wordt op straffe van nietigheid van de beslissing deelgenomen door drie of vijf leden van de raad van tucht, onder wie de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter.
Artikel 62. – 1. De raad van tucht neemt een tegen een Accountant-Administratieconsulent gerezen bezwaar in behandeling hetzij op een bij die raad ingediende klacht, hetzij op het verzoek van het bestuur, hetzij ambtshalve.
(…)
Artikel 66. – 1. De beslissing van de raad van tucht aangaande een tegen een Accountant-Administratieconsulent gerezen bezwaar is op straffe van nietigheid met redenen omkleed en wordt in het openbaar uitgesproken.
- 2. De raad van tucht zendt van zijn beslissing onverwijld bij aangetekende brief afschrift aan de betrokken Accountant-Administratieconsulent, en, indien naar aanleiding van een klacht is beslist, aan de klager, alsmede aan het bestuur.
Artikel 68. – 1. Tegen een beslissing van de raad van tucht aangaande een tegen een Accountant-Administratieconsulent gerezen bezwaar kan binnen twee maanden na de dag van verzending van de in artikel 66, tweede lid bedoelde aangetekende brief beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven:
a. (…)
b. door de klager indien zijn bezwaar geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard;
c. (…).”
2.2 Het College is van oordeel dat de brief van 21 september 2006, waartegen het beroep van Biodent zich richt, geen enkel kenmerk vertoont van een beslissing van de raad van tucht als in de Wet AA beschreven en mitsdien ook niet als zodanig valt aan te merken. Evenmin kan aan de in de brief neergelegde beslissing anderszins het karakter van een (onvolkomen) beslissing van de raad van tucht worden toegekend, reeds niet omdat niet blijkt dat deze raad bij de totstandkoming ervan was betrokken. Tegen deze brief stond dan ook geen beroep open bij het College. Het beroep dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Het College gaat er van uit dat de secretaris van de raad van tucht, aan wie deze uitspraak zal worden toegezonden, de brieven van Biodent van 15 en 22 september 2006, indien en voorzover daarin een klacht is vervat, aan de raad van tucht zal voorleggen opdat die raad, met inachtneming van de desbetreffende wettelijke bepalingen, daarop zal beslissen op de wijze die hem geraden voorkomt.
2.3 Na te melden beslissing op het beroep berust op de hogervermelde voorschriften van de Wet AA.
4. De beslissing
Het College verklaart het beroep niet-ontvankelijk
Aldus gewezen door mr. C.M. Wolters, mr. M.A. Fierstra en mr. A.J.C. de Moor-van Vugt in tegenwoordigheid van mr. P.M. Beishuizen, als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 18 september 2007.
w.g. C.M. Wolters w.g. P.M. Beishuizen