ECLI:NL:CBB:2007:BB3723
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- M.A. van der Ham
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over vernietiging melkpoeder wegens chlooramfenicolresiduen
Appellante Melkweg Holland B.V. stelde beroep in tegen het besluit van de Minister van Landbouw om twee partijen melkpoeder te vernietigen vanwege de aanwezigheid van chlooramfenicol, een verboden farmacologisch werkzame substantie. Na heronderzoek bleken de residuen bevestigd, wat leidde tot handhaving van het vernietigingsbesluit.
De zaak draaide om de interpretatie van Europese regelgeving, waaronder verordening (EEG) 2377/90 en richtlijnen 89/662/EEG en 97/78/EG, die een nultolerantie hanteren voor chlooramfenicol vanwege gezondheidsrisico's. Het College oordeelde dat de vernietiging gerechtvaardigd is en dat terugzending alleen onder strikte voorwaarden mogelijk is.
Appellante voerde aan dat de monsters onrechtmatig waren genomen en dat de actiegrens voor melkpoeder anders moest worden vastgesteld dan voor melk. Het College verwierp deze argumenten, stelde dat de herbemonstering rechtmatig was en dat de actiegrens van 0,3 ppb ook voor melkpoeder geldt.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het College zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de Europese regelgeving ter bescherming van volksgezondheid bij veterinaire controles.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vernietiging van melkpoeder wegens chlooramfenicolresiduen wordt ongegrond verklaard.