ECLI:NL:CBB:2007:BB0121
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- B. Verwayen
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over subsidieafwijzing voor extra kosten lage vloerbussen na concessieperiode
Arriva Personenvervoer Nederland B.V. stelde beroep in tegen een besluit van Gedeputeerde Staten van Groningen waarin werd meegedeeld dat vanaf 1 juni 2004 geen financiële bijdrage meer zou worden verleend voor de extra kosten van lage vloerbussen die in 2002 en 2003 waren aangeschaft. De subsidie was eerder verleend binnen de concessie stads- en streekvervoer Groningen 2001, die op 1 juni 2004 afliep.
Het geschil betrof de vraag of Arriva gerechtvaardigd mocht verwachten dat de subsidie gedurende de volledige afschrijvingstermijn van tien jaar zou worden doorbetaald, ook na het einde van de concessieperiode. Het College stelde vast dat de subsidie uitsluitend betrekking had op de concessieperiode tot 1 juni 2004 en dat er geen meerjarenafspraken waren gemaakt voor voortzetting na die datum.
De subsidieverlening was gebonden aan de inzet van het materieel binnen de provincie Groningen en aan jaarlijkse goedkeuring van een toegankelijkheidsplan. De aanbestedingsprocedure voor de nieuwe concessie werd als een nieuwe ronde beschouwd, waarbij geen automatische voortzetting van subsidies aan Arriva was gegarandeerd.
Het College concludeerde dat uit het besluit van 8 september 2003 en de omstandigheden niet bleek dat er een gerechtvaardigde verwachting bestond dat de subsidie ook na 1 juni 2004 zou worden voortgezet. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van Arriva wordt ongegrond verklaard en de subsidie wordt niet voortgezet na 1 juni 2004.