ECLI:NL:CBB:2007:BA7366
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- C.M. Wolters
- J.A. Hagen
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanwijzing AFM wegens onrechtmatige aanbieding van effecten buiten besloten kring
In deze bestuursrechtelijke procedure staat de vraag centraal of appellant effecten heeft aangeboden in de zin van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte 1995). De Autoriteit Financiële Markten (AFM) had aan appellant een aanwijzing gegeven om te staken met het aanbieden van effecten buiten besloten kring. De rechtbank Rotterdam oordeelde dat appellant schuldbrieven had uitgegeven die als effecten kwalificeren en dat deze buiten besloten kring waren aangeboden. Appellant stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat de overeenkomsten geen effecten zijn, dat hij geen effecten heeft aangeboden, en dat er geen sprake was van uitgifte in de zin van de Wte 1995.
Het College overweegt dat de overeenkomsten schuldbekentenissen zijn met vaste looptijd en rentepercentages, die gestandaardiseerd zijn en derhalve kwalificeren als effecten. Het feit dat appellant gelden heeft ontvangen en schuldbekentenissen heeft verstrekt impliceert dat hij effecten heeft aangeboden, ook al heeft hij zelf geen actieve aanbiedingen gedaan. Voorts is vastgesteld dat de effecten bij uitgifte zijn aangeboden, ondanks het betoog van appellant dat dit niet het geval zou zijn.
Het College bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De aanwijzing van de AFM blijft gehandhaafd, waarmee appellant wordt verplicht te stoppen met het aanbieden van effecten in strijd met de Wte 1995.
Uitkomst: Het College bevestigt de aanwijzing van de AFM en verklaart het hoger beroep van appellant ongegrond wegens het onrechtmatig aanbieden van effecten.