ECLI:NL:CBB:2007:BA6856
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- J.A. Hagen
- S.K. Welbedacht
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van sanctie wegens te late verantwoording rijksbijdrage openbaar vervoer
Appellanten, concessieverlener openbaar vervoer, kregen een sanctie van €100.000 opgelegd wegens het niet tijdig indienen van de verantwoording over de rijksbijdrage 2004. Verweerder baseerde deze sanctie op artikel 19, derde lid, van de Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer 2001.
Het College stelt vast dat artikel 19, derde lid, van de Regeling geen duidelijke wettelijke grondslag biedt voor het opleggen van een forfaitaire sanctie als aansporing voor tijdige gegevensverstrekking. De sanctie is niet gekoppeld aan nacalculatie of daadwerkelijke schade, maar is een zelfstandig administratief instrument.
Verweerder wijzigde de grondslag van de sanctie in de bezwaarprocedure naar artikel 4:49, eerste lid, onder c, Awb, maar het College oordeelt dat deze wijziging niet leidt tot een rechtmatige sanctie, omdat de vereiste belangenafweging ontbreekt en de oorspronkelijke grondslag onjuist was.
Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit op bezwaar vernietigd en het primaire besluit herroepen. Verweerder moet een nieuwe beslissing nemen indien hij alsnog een sanctie wil opleggen. Daarnaast wordt het betaalde griffierecht aan appellanten vergoed.
Uitkomst: De sanctie van €100.000 wegens te late verantwoording wordt vernietigd wegens ontbrekende wettelijke grondslag.