ECLI:NL:CBB:2007:BA4922
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering vergunning kansspelautomaten in horecagelegenheid
Verzoeker exploiteert een horecabedrijf en had een vergunning aangevraagd voor het aanwezig hebben van twee kansspelautomaten. De burgemeester weigerde deze vergunning omdat de inrichting als laagdrempelig werd aangemerkt, terwijl vergunningen voor kansspelautomaten alleen aan hoogdrempelige inrichtingen worden verleend.
Verzoeker stelde dat hij gerechtvaardigd vertrouwen had op vergunningverlening, omdat hij eerder een vergunning had gekregen en dat het verwijderen van de automaten zijn onderneming ernstig zou schaden. Verweerder voerde aan dat de horecagelegenheid niet voldeed aan de criteria voor een hoogdrempelige inrichting en dat de eerdere vergunning onterecht was verleend.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het financiële belang zodanig zwaarwegend was dat de continuïteit van de onderneming werd bedreigd. Ook was er geen reden om te twijfelen aan het standpunt van verweerder dat de inrichting laagdrempelig was. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de vergunning voor kansspelautomaten wordt afgewezen.