ECLI:NL:CBB:2007:AZ9450
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep kort geding
- C.M. Wolters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in hoger beroep boete Mededingingswet T-Mobile
T-Mobile Netherlands B.V. stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) deels vernietigde inzake een boete van ruim 14 miljoen euro wegens overtreding van artikel 6 van Pro de Mededingingswet. T-Mobile verzocht vervolgens om een voorlopige voorziening om het betaalde boetebedrag terug te krijgen of te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat T-Mobile geen spoedeisend belang had bij schorsing van het boetebesluit, omdat de NMa het boetebedrag niet zou opeisen zolang het hoger beroep loopt. Daarnaast werd geoordeeld dat de brief van de NMa van 27 oktober 2006 geen besluit in de zin van de Awb bevatte, zodat het College niet bevoegd was om daarop een voorlopige voorziening te treffen.
Tenslotte werd het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het uitblijven van een nieuwe beslissing op bezwaar afgewezen, omdat geen sprake was van onmiskenbare onrechtmatigheid of dreigende ernstige financiële schade. Het verzoek werd daarom in zijn geheel afgewezen en de voorzieningenrechter verklaarde zich onbevoegd ten aanzien van de brief van 27 oktober 2006.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening van T-Mobile werd afgewezen en de voorzieningenrechter verklaarde zich onbevoegd ten aanzien van de brief van 27 oktober 2006.