ECLI:NL:CBB:2006:AZ5869
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens ernstige hygiëneovertredingen in horecakeuken
Appellant exploiteert een horecabedrijf waar bij een inspectie op 18 augustus 2004 ernstige hygiëneovertredingen werden geconstateerd, waaronder aangekoekte vuilresten op vloeren, wanden, werkbanken en apparatuur. Appellant erkende de onhygiënische staat en beloofde verbetering. De minister legde daarop een boete van €900,- op.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat de vervuiling mede te wijten was aan wateroverlast door een naastgelegen parkeerterrein en dat hij onterecht werd beboet, terwijl andere vergelijkbare bedrijven niet werden beboet. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, hetgeen appellant in hoger beroep aanvocht.
Het College oordeelt dat de vastgestelde feiten voldoende zijn bewezen en dat de minister bevoegd was de boete op te leggen zonder voorafgaande waarschuwing gezien de ernst van de overtreding. De door appellant aangevoerde wateroverlast biedt geen afdoende verklaring voor de ernstige vervuiling. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt wegens gebrek aan concrete voorbeelden.
Het College acht de boete proportioneel en ziet geen aanleiding tot matiging. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €900,- wordt bevestigd.