ECLI:NL:CBB:2006:AZ5806
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering energie-investeringsaftrek voor warmtepomp vanwege onvoldoende c.o.p.-waarde
Appellante, Lady Sting, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Economische Zaken dat een verklaring voor energie-investeringsaftrek voor een warmtepomp werd geweigerd. De kern van het geschil betrof de vraag of de warmtepomp voldeed aan de in de Uitvoeringsregeling gestelde eis dat de c.o.p.-waarde ten minste 3,5 moet bedragen.
Verweerder baseerde zijn weigering op gegevens uit tabellen van de fabrikant Hitachi, waaruit bleek dat de c.o.p.-waarde 3,14 bedroeg, onder de vereiste 3,5. Appellante voerde aan dat bij de berekening rekening moest worden gehouden met het deellastvermogen, wat de c.o.p.-waarde zou verhogen tot boven 3,5. Zij gebruikte daarvoor interne grafieken van Hitachi, die echter door de distributeur Conticlima als concepten voor intern gebruik werden bestempeld en niet als officiële gegevens mochten worden beschouwd.
Het College oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de warmtepomp aan de c.o.p.-eis voldeed. De gebruikte grafieken waren niet officieel en de berekeningen van appellante waren niet onderbouwd met betrouwbare meetgegevens. Ook de door verweerder gehanteerde uitgangspunten waren redelijk en in lijn met de wettelijke eisen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de energieverklaring voor de warmtepomp bevestigd.