ECLI:NL:CBB:2006:AZ5801
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering energie-investeringsaftrek voor warmtepomp vanwege onvoldoende c.o.p.-waarde
Appellante, Coöperatieve Rabobank Schouwen Duiveland U.A., heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Economische Zaken dat de aanvraag voor een energieverklaring voor een warmtepomp werd geweigerd. De kern van het geschil betreft de vraag of de warmtepomp voldoet aan de in de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek gestelde eis dat de c.o.p.-waarde minimaal 3,5 moet zijn.
De Minister baseerde zijn afwijzing op technische tabellen van Hitachi waaruit bleek dat de c.o.p.-waarde 3,02 bedraagt bij standaardtemperaturen. Appellante stelde dat bij een realistische berekening met een deellastpercentage van 38% de c.o.p.-waarde boven de 3,5 uitkomt, onderbouwd met interne grafieken van Hitachi die echter niet voor publicatie bestemd zijn.
Het College oordeelt dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat aan de c.o.p.-eis wordt voldaan. De interne grafieken zijn niet openbaar en mogen niet als bewijs worden gebruikt. De berekeningen van appellante zijn niet betrouwbaar onderbouwd en de Minister heeft terecht geweigerd de energieverklaring af te geven.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten toegekend. De uitspraak bevestigt het belang van strikte naleving van technische criteria en het bewijsvereiste bij energie-investeringsaftrek.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de energieverklaring voor de warmtepomp wordt geweigerd wegens onvoldoende c.o.p.-waarde.