ECLI:NL:CBB:2006:AZ4249
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek volledige schadevergoeding na preventieve ruiming pluimveebedrijf wegens vogelpest
Gebr. A Pluimveebedrijf B.V. heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin een verzoek tot volledige vergoeding van schade wegens inkomensderving en extra kosten na preventieve ruiming van haar pluimveebedrijf werd afgewezen.
De zaak betreft maatregelen op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwd) tijdens de vogelpestcrisis 2003, waarbij het pluimvee preventief werd geruimd. Verweerder had reeds tegemoetkomingen toegekend voor de waarde van de gedode dieren en vernietigde producten, maar weigerde vergoeding van overige schadeposten zoals leegstand, verminderde opbrengsten en doorbetaling van personeel.
Het College oordeelt dat het wettelijke stelsel van schadevergoeding in de Gwd een gesloten systeem is, waarbij vervolgschade als normaal ondernemersrisico geldt en niet voor vergoeding in aanmerking komt, tenzij sprake is van bijzondere gevallen. Het beroep faalt omdat de situatie van appellante niet uitzonderlijk genoeg is om van een bijzonder geval te spreken. Ook het beroep op het EVRM en de Grondwet wordt verworpen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de weigering van volledige schadevergoeding bevestigd.