ECLI:NL:CBB:2006:AZ3840
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- B. Verwayen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boete wegens ongekoeld verhandelen kaasbol niet als kokswaar
Appellant exploiteert een marktkraam waar kaasbollen worden verhandeld. Na inspecties bleek dat kaasbollen ongekoeld werden aangeboden, wat volgens verweerder in strijd was met het Kokswarenbesluit onder de Warenwet. Verweerder legde een boete op wegens overtreding van bewaartermijnen en temperatuurvoorschriften voor kokswaar.
Appellant stelde in hoger beroep dat het product kaasbol niet als kokswaar kan worden aangemerkt omdat het niet voldoet aan de kenmerken van kaasbroodjes zoals bedoeld in het besluit. Tevens voerde appellant aan dat de delictsomschrijving onvoldoende duidelijk was en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden door het ontbreken van handhaving tegen soortgelijke producten.
Het College oordeelde dat het Kokswarenbesluit de term kokswaar niet ruim mag worden uitgelegd en dat de kaasbol niet de kenmerken van een kaasbroodje heeft. Laboratoriumonderzoek toonde slechts gering bederf na vijf dagen bij kamertemperatuur, terwijl het product als dagvers wordt verhandeld. Het College concludeerde dat het product meer overeenkomt met brood dan met kokswaar.
Daarom werd het boetebesluit vernietigd, het hoger beroep gegrond verklaard en de proceskosten aan appellant toegekend. Tevens werd de Staat der Nederlanden veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het boetebesluit wegens ongekoeld verhandelen van kaasbollen als kokswaar wordt vernietigd.