ECLI:NL:CBB:2006:AZ3274
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- C.M. Wolters
- M.A. Fierstra
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergunningverlening voor concentratie Nuon en Reliant onder Mededingingswet
De zaak betreft het hoger beroep van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het besluit van 8 december 2003 vernietigde, waarin NMa een vergunning verleende voor de concentratie tussen Nuon en Reliant. De rechtbank oordeelde dat NMa onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de concentratie zou leiden tot het ontstaan of versterken van een economische machtspositie die de mededinging significant zou belemmeren.
NMa voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank een te strikte bewijsmaatstaf hanteerde en dat de specifieke kenmerken van de elektriciteitsmarkt een klassieke analyse van marktaandelen en concentratiegraad onvoldoende maken. NMa baseerde haar besluit op kwalitatieve en kwantitatieve analyses, waaronder rapporten van Frontier Economics en ECN, die prijseffecten en strategisch gedrag onderzochten.
Het College oordeelt echter dat NMa onvoldoende feitelijke basis heeft geleverd om het bestaan van een economische machtspositie aannemelijk te maken. De analyses zijn te abstract en missen een concrete onderbouwing van strategisch gedrag door Nuon en Reliant. Ook is onvoldoende onderzocht of dergelijke machtsposities al voor de concentratie bestonden. Essent werd terecht als belanghebbende erkend vanwege directe rechtsgevolgen van het besluit.
Het College bevestigt de vernietiging van het besluit en verklaart het hoger beroep van NMa ongegrond. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het besluit niet voldoet aan de eisen van zorgvuldigheid en motivering zoals vereist door de Awb en de Mededingingswet.
Uitkomst: Het hoger beroep van NMa wordt ongegrond verklaard en het besluit van 8 december 2003 wordt vernietigd.