ECLI:NL:CBB:2006:AY9926
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Verwayen
- M.A. van der Ham
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over schadevergoeding pluimveebedrijf bij Aviaire Influenza-uitbraak
Appellante, een pluimveebedrijf, maakte bezwaar tegen de vaststelling van een schadevergoeding na ruiming van leghennen wegens een uitbraak van Aviaire Influenza. De kern van het geschil betrof het aantal leghennen en de aanvangsdatum van de ruiperiode, die bepalend zijn voor de waardebepaling van de dieren en eieren.
Verweerder stelde op basis van veesaldokaarten en facturen het aantal leghennen vast op 137.814 en ging uit van een ruiperiode die op 10 april 2003 begon. Appellante betoogde dat de ruiperiode eerder was ingezet en dat de waarde per hen daarom hoger moest zijn. Het College oordeelde dat verweerder terecht was uitgegaan van het aantal leghennen en de aanvangsdatum van de ruiperiode op 10 april 2003, mede gelet op verklaringen van de RVV-dierenarts en de bevindingen van de Algemene Inspectiedienst.
Het College verwierp het beroep van appellante en concludeerde dat de door haar gestelde eerdere ruiperiode en de stelling dat eieren tijdens de ruiperiode werden vernietigd onvoldoende waren onderbouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van het pluimveebedrijf tegen het schadevergoedingbesluit wordt ongegrond verklaard.