ECLI:NL:CBB:2006:AY9800
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Hagen
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- Rechtspraak.nl
College van Beroep bevestigt schriftelijke waarschuwing voor registeraccountant wegens onvoldoende hoor en wederhoor bij frauderapportage
In deze zaak stond de vraag centraal of de registeraccountant (appellant) terecht werd berispt door de raad van tucht voor het uitbrengen van een rapport over vermeende fraude binnen een onderneming zonder de betrokken klager vooraf te horen. Het rapport bevatte beschuldigingen van valsheid in geschrifte en fraude gericht op klager en diens collega, en vormde mede de basis voor strafrechtelijk onderzoek en bestuurdersaansprakelijkheid.
De raad van tucht oordeelde dat appellant had moeten zorgen voor hoor en wederhoor alvorens het rapport aan de directie te verstrekken, omdat het rapport persoonsgericht was en ernstige gevolgen voor klager kon hebben. Het College bevestigde dit oordeel en verwierp de grieven van appellant dat het onderzoek niet persoonsgericht was en dat de richtlijn voor persoonsgerichte onderzoeken toen nog niet gold.
Het College benadrukte dat appellant deugdelijke grondslag moest verkrijgen door klager in de gelegenheid te stellen te reageren op de bevindingen. Het nalaten hiervan maakte het rapport onzorgvuldig en in strijd met artikel 11 van Pro de Verordening Gedrags- en beroepsregels registeraccountants 1994. Gezien de ernst van de tekortkomingen en het ontbreken van bewijs voor de beschuldigingen, werd de opgelegde maatregel van schriftelijke waarschuwing als passend beoordeeld.
Uitkomst: Het beroep van de registeraccountant wordt verworpen en de schriftelijke waarschuwing wordt bevestigd wegens het ontbreken van hoor en wederhoor en onvoldoende deugdelijke grondslag van het rapport.