ECLI:NL:CBB:2006:AY6965
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing extensiveringsbijdrage op grond van Regeling dierlijke EG-premies
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin zijn aanvraag voor een extensiveringsbijdrage op grond van de Regeling dierlijke EG-premies werd afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op het feit dat de gemiddelde veebezetting op zijn bedrijf hoger was dan toegestaan en dat niet tijdig melding was gemaakt van verplaatsing van runderen, wat een beroep op overmacht faalde.
Tijdens de controle op het bedrijf van appellant werden diverse onregelmatigheden vastgesteld, waaronder het niet tijdig melden van verplaatsingen van runderen en afwijkingen in het I&R-systeem. Appellant voerde aan dat zijn overspannenheid en arbeidsongeschiktheid, alsmede complexe bedrijfsvoering, de oorzaak waren van de fouten, en dat hij op advies van de controleur pas in bezwaar melding maakte van zijn situatie.
Het College oordeelde dat appellant niet binnen de vereiste termijn melding had gemaakt van overmacht en dat hij zijn overspannenheid niet aannemelijk had gemaakt. Tevens werd het beroep op foutieve meldingen door Rendac verworpen, omdat appellant zelf verantwoordelijk was voor de melding aan Rendac. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van de extensiveringsbijdrage wordt ongegrond verklaard.