ECLI:NL:CBB:2006:AY6698
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen intrekking melkquotum op grond van Regeling superheffing 1993 afgewezen
De erven van B hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het Productschap Zuivel waarbij het geregistreerde melkquotum van B werd ingetrokken wegens het niet in de handel brengen van melk gedurende de heffingsperiode 2001/2002. Het bezwaar was eerder niet-ontvankelijk verklaard, maar het College vernietigde dat besluit en beval hernieuwde besluitvorming.
Na een hoorzitting heeft het Productschap het bezwaar alsnog ontvankelijk verklaard, maar ongegrond, en het beroep van appellanten afgewezen. Appellanten voerden aan dat B het melkquotum had verhuurd en dat het besluit onrechtmatig was omdat B niet gehoord was en er geen belangenafweging was gemaakt. Tevens werd schadevergoeding gevorderd.
Het College oordeelt dat het melkquotum op grond van de Regeling superheffing 1993 vervalt indien er geen leveringen zijn geweest en dat geen ruimte bestaat voor behoud op grond van individuele omstandigheden. Het beroep op artikel 4:8 Awb Pro faalt omdat appellanten in bezwaar hun grieven konden uiten. Ook is geen sprake van onjuiste bekendmaking die schadevergoeding rechtvaardigt.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak bevestigt dat het melkquotum vervalt bij niet-gebruik en dat de regeling strikt wordt toegepast zonder ruimte voor individuele belangenafweging.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking van het melkquotum wordt ongegrond verklaard.