ECLI:NL:CBB:2006:AY4319
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake benutting varkensrechten na afsplitsing locatie
A B.V. exploiteert een varkenshouderij binnen het concentratiegebied D en ontving via afsplitsing van een locatie buiten dit gebied 4.320 fokzeugenrechten. Verzoekster maakte bezwaar tegen de door de Minister van Landbouw opgelegde beperking dat deze rechten slechts buiten concentratiegebieden benut mochten worden.
De kern van het geschil betreft de vraag of de Wet herstructurering varkenshouderij (Whv) of de vanaf 1 januari 2006 geldende Meststoffenwet van toepassing is op de benutting van de rechten in 2005. Verzoekster stelt dat de locatie buiten concentratiegebied G onderdeel is geworden van haar bedrijf en dat de rechten daarom ook binnen het concentratiegebied benut moeten kunnen worden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de locaties als twee onderscheiden bedrijven moeten worden aangemerkt en dat de overdracht van rechten tussen deze bedrijven valt onder artikel 17 Whv Pro, die verplaatsing binnen concentratiegebieden beperkt. Ook de wetsgeschiedenis en de Wet verplaatsing mestproductie ondersteunen dit standpunt.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding tot schorsing van de beperking en geen proceskostenveroordeling wordt opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de benuttingsbeperking van de varkensrechten blijft van kracht.