ECLI:NL:CBB:2006:AX9777
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen heffing edelpelsdieren 2004 wegens onredelijkheid regeling
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit waarbij een heffing werd opgelegd op grond van de Verordening heffingen edelpelsdieren 2004, gebaseerd op het aantal moederdieren op het tijdstip van de landbouwtelling. Appellant betoogde dat het onredelijk is dat ondernemers die na de telling hun bedrijf beëindigen toch volledig moeten betalen, terwijl nieuwe ondernemers die na die datum beginnen niet bijdragen.
Het College oordeelt dat de heffing overeenkomstig de Verordening is opgelegd en dat de regeling niet onverbindend is. De bevoegdheid tot het opleggen van de heffing kent een ruime beoordelingsvrijheid en is niet afhankelijk van het individuele profijt van de ondernemer. Het onderzoekscentrum dient een algemeen nut voor de sector.
Hoewel een andere verdeling van de lasten denkbaar is, is de gekozen systematiek redelijk en kan het College niet oordelen dat de Verordening niet in redelijkheid is vastgesteld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bezwaar van appellant terecht afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de heffing edelpelsdieren 2004 wordt ongegrond verklaard.