ECLI:NL:CBB:2006:AX9764
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing heffing edelpelsdieren 2004 ondanks beëindiging onderneming
Appellante stelde beroep in tegen een heffing opgelegd door het Productschap Pluimvee en Eieren op grond van de Verordening heffingen edelpelsdieren 2004. De heffing was gebaseerd op het aantal moederdieren pelsdieren dat zij hield op het tijdstip van de landbouwtelling in 2004. Appellante voerde aan dat zij geen profijt zou hebben van het onderzoekscentrum dat met de heffing werd gefinancierd, omdat zij haar onderneming per 1 januari 2005 had beëindigd.
Het College overwoog dat de heffing overeenkomstig de Verordening was opgelegd en dat de bevoegdheid tot het opleggen van de heffing niet afhankelijk is van het individuele profijt van de ondernemer. Het College stelde vast dat het onderzoekscentrum een algemeen nut heeft voor de sector en dat het redelijk is om de kosten over alle ondernemers die in dat jaar actief waren te verdelen.
Hoewel appellante aanvoerde dat het oorspronkelijke plan van de Nederlandse Federatie van Edelpelsdierenhouders voorzag in een uitzondering voor ondernemers die hun bedrijf zouden beëindigen, oordeelde het College dat de Verordening niet onverbindend is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bezwaar van appellante terecht afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de heffing edelpelsdieren 2004 wordt ongegrond verklaard.