ECLI:NL:CBB:2006:AX8823
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over braakleggingsverplichting akkerbouwsubsidie
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw over de vaststelling van subsidiabele oppervlakten voor akkerbouwsteun 2003. De kern van het geschil betrof de oppervlakte van een braakperceel dat volgens appellante volledig aan de braakleggingsverplichting voldeed, terwijl de overheid dit perceel deels als akkerland met rogge bestempelde.
De zaak draaide om de uitleg en toepassing van Europese verordeningen en nationale regelingen die voorschrijven dat braakliggende grond gedurende een aaneengesloten periode niet voor landbouwproductie mag worden gebruikt. Het College oordeelde dat het feit dat een deel van het perceel met rogge was beteeld, betekent dat dit deel niet als braakgrond kan worden aangemerkt, ook al was er na 15 januari geen oogstintentie meer.
Gelet op de vastgestelde feiten en de toepasselijke regelgeving werd het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Het beroep tegen het eerdere besluit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante geen belang meer had bij de beoordeling daarvan. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.