ECLI:NL:CBB:2006:AX8363
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op hardheidscategorie uitbreiding varkenshouderij wegens ontbreken duidelijke relatie milieuvergunning en mestproductierechten
Appellante, bestaande uit een maatschap en een vennootschap, stelde beroep in tegen een besluit van de Minister van Landbouw waarin werd bepaald dat zij niet in aanmerking kwam voor hardheidscategorie 14a van het Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij (Bhv).
De kern van het geschil betrof de vraag of het bedrijf van appellante als 'het desbetreffende bedrijf' kon worden aangemerkt in de zin van artikel 9 Bhv Pro, waarbij een milieuvergunning vóór 10 juli 1997 moest zijn verleend voor een vergroting van het aantal varkens. Verweerder stelde dat de milieuvergunning was verleend aan een rechtsvoorganger en dat de pachtovereenkomsten pas na 9 juli 1997 waren ingegaan, waardoor geen duidelijke relatie bestond.
Appellante voerde aan dat er wel degelijk sprake was van verwevenheid tussen de maatschap en Provarko B.V. en dat de samenwerking reeds vóór 10 juli 1997 bestond, onderbouwd met getuigenverklaringen en overeenkomsten. Het College oordeelde echter dat de feitelijke situatie, waaronder de financiële scheiding en de feitelijke houder van de varkens, geen sprake was van verwevenheid en dat de pachtovereenkomsten pas na de gestelde datum waren ingegaan.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het College concludeerde dat de melding voor hardheidscategorie 14a terecht was afgewezen omdat niet was voldaan aan de vereiste duidelijke relatie tussen milieuvergunning en niet-benutte mestproductierechten.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat geen duidelijke relatie bestaat tussen de milieuvergunning en de niet-benutte mestproductierechten vóór 10 juli 1997.