Deze bijlage bestaat uit drie pagina's met voornamelijk cijferopstellingen. Bij nauwkeurige studie daarvan is daaruit zeker op te maken dat een perceel gedeeltelijk is afgekeurd. Een goed verstaander zal zelfs begrijpen dat bij wege van sanctie het afgekeurde gedeelte nog tweemaal op de goedgekeurde oppervlakte in mindering is gebracht. Dat een niet-ambtelijk geschoolde lezer, die niet uit de tekst van het besluit heeft kunnen opmaken dat hij naar iets dergelijks moet zoeken, over een en ander heen ziet, wekt echter geen verbazing. Derhalve is aannemelijk dat hem ook de op pagina 5 in een tabel weggewerkte mededeling “Oorzaak van verschil voldoet niet aan definitie akkerland” ontgaat.
Van een burger die van de overheid subsidie ontvangt, mag gevergd worden dat hij zich terdege in de hem door de overheid terzake verstrekte informatie verdiept. Dat geldt ook als de informatie niet optimaal toegankelijk is. Een subsidieaanvrager die hieraan niet voldoet, loopt de kans dat hem essentiële informatie ontgaat, zodat hij door eigen schuld subsidie misloopt.
Dat betekent niet dat een aanvrager, die in de bijlagen van een besluit verstopte informatie niet tot zich heeft laten doordringen, en dientengevolge een onjuiste aanvraag indient, opzettelijk onjuiste informatieverstrekking verweten kan worden.
5.5 Er is in het voorliggende geval geen reden om aan te nemen, dat appellante daadwerkelijk begrepen had, dat verweerder perceel 7 bij zijn beslissing op de aanvraag 2001 gedeeltelijk had afgekeurd. Zij had het kunnen en wellicht zelfs moeten begrijpen, maar heeft dat niet gedaan.
Daarbij neemt het College aan dat appellante verweerders brief van 20 december 2001, waarin melding wordt gemaakt van de bevindingen van Georas met betrekking tot het perceel, niet heeft ontvangen. Het gaat hier om een door verweerder niet-aangetekend verzonden brief en verweerder heeft niet aangetoond dat appellante van de inhoud daarvan heeft kennis genomen.
Het College betrekt in zijn overwegingen dat appellante - als zij die brief wel ontvangen had of uit de bijlagen bij het besluit over de steunaanvraag 2001 toch had opgemaakt dat het perceel naar verweerders oordeel niet subsidiabel was - geen begrijpelijke reden had om in 2003 bij haar aanvraag om te schuiven met de definitie akkerland, niet ook dit perceelsgedeelte daarbij te betrekken.
De conclusie moet zijn dat niet is komen vast te staan dat sprake is van een door appellante gepleegde opzettelijke onregelmatigheid.
5.6 Het beroep is derhalve gegrond en het bestreden besluit komt voor vernietiging in aanmerking. Verweerder dient vervolgens opnieuw op het bezwaar te besluiten.
5.7 Het College overweegt tenslotte dat het door appellante betaalde griffierecht door verweerder dient te worden vergoed, alsmede dat er termen aanwezig zijn verweerder te veroordelen in de proceskosten aan de zijde van appellante, zijnde haar op € 75,56 begrote reiskosten, haar op € 200.- begrote verletkosten en de kosten van door haar gemachtigde beroepshalve verleende rechtsbijstand, die met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht worden vastgesteld op € 322.- voor het opstellen van een beroepschrift.