ECLI:NL:CBB:2006:AW5742
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- M.A. van der Ham
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen weigering inschrijving geldtransactiekantoor
Appellanten, een vennootschap en een natuurlijk persoon, hadden een aanvraag ingediend voor inschrijving in het register van geldtransactiekantoren, welke door De Nederlandsche Bank (DNB) werd geweigerd. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de betrouwbaarheid van de bestuurder niet buiten twijfel stond en dat de bedrijfsvoering onvoldoende was.
Appellanten stelden in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte het verzoek tot inschrijving kwalificeerde als een verzoek om terug te komen van een onherroepelijk besluit en dat DNB ten onrechte de vrijspraak van de bestuurder in een strafzaak als een strafrechtelijk antecedent beschouwde. Tevens werd aangevoerd dat dit in strijd zou zijn met het onschuldbeginsel en het ne bis in idem-beginsel.
Het College constateerde dat appellanten geen grieven hadden gericht tegen het negatieve oordeel over de bedrijfsvoering en administratieve organisatie, dat op zichzelf al voldoende reden was voor weigering. Hierdoor ontbrak het aan belang bij verdere beoordeling van de grieven over de betrouwbaarheid van de bestuurder.
Daarom verklaarde het College het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om inschrijving af, zonder proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang bij beoordeling van de grieven.