ECLI:NL:CBB:2006:AV4660
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- J.A. Hagen
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit verdachtverklaring schapen met scrapie op bedrijf afgewezen
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van de Minister van Landbouw om haar schapenbedrijf als verdacht te verklaren vanwege de aanwezigheid van scrapie, een besmettelijke spongiforme encefalopathie. Dit volgde op een positieve uitslag van een snelle test en een bevestigend immuunhistochemisch onderzoek op een schaap dat afkomstig was van haar bedrijf.
De zaak draaide om de betrouwbaarheid van de identificatie en registratie (I&R) van het besmette schaap en de juistheid van de toegepaste laboratoriumtesten. Appellante stelde dat het systeem onbetrouwbaar was en dat het immuunhistochemisch onderzoek niet doorslaggevend kon zijn, mede vanwege mogelijke vals-positieve uitslagen.
Het College oordeelde dat de tracering via het I&R-systeem voldoende betrouwbaar was en dat de Verordening (EG) 999/2001 bepaalt dat een positieve bevestigende test voldoende is om een dier als besmet te beschouwen. De stelling van appellante dat ook de histologische test positief moest zijn, werd verworpen. Tevens werd geoordeeld dat appellante geen recht had op aanvullende schadevergoeding buiten de reeds toegekende vergoeding voor gedode dieren.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de bestreden besluiten werden in stand gelaten.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot verdachtverklaring van haar schapen en het onder toezicht stellen van haar bedrijf wordt ongegrond verklaard.