ECLI:NL:CBB:2006:AV2918
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugvordering en korting op dierlijke EG-premies wegens niet-melding vervanging zoogkoeien
Appellant heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin terugvordering van premies en vermindering van premierechten zijn opgelegd op grond van de Regeling dierlijke EG-premies. De kern van het geschil betreft vier zoogkoeien die binnen de aanhoudperiode van zes maanden van het bedrijf zijn afgevoerd zonder dat appellant de vervanging hiervan aan verweerder heeft gemeld via de voorgeschreven vervangingskaartjes.
Verweerder heeft vastgesteld dat appellant niet voldeed aan de aanhoudverplichting voor deze vier dieren en heeft op grond daarvan een korting van 32% toegepast op alle verleende rundveepremies en het teveel betaalde bedrag teruggevorderd. Tevens zijn de niet-benutte premierechten vervallen aan de nationale reserve. Appellant stelde dat hij de vervangingen had doorgegeven aan het I&R-systeem rund en dat verweerder daardoor op de hoogte had kunnen zijn, maar erkende niet dat hij de vervangingskaartjes had ingediend.
Het College oordeelt dat appellant gehouden was de vervangingen aan verweerder te melden conform de geldende regelgeving en dat het ontbreken van deze melding rechtvaardigt dat geen premie wordt toegekend voor de betreffende dieren. De sancties volgen rechtstreeks uit communautaire regelgeving en verweerder was bevoegd en verplicht tot terugvordering binnen de wettelijke termijnen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van premies en vermindering van premierechten gehandhaafd.