ECLI:NL:CBB:2006:AV2584
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van de kwalificatie van een halffabrikaat als product op basis van melk onder richtlijn 92/46/EEG
In deze bestuursrechtelijke zaak stond centraal of een mengsel bestaande uit 75,75% suiker, 15,15% magere melkpoeder en 9,1% cacao kan worden aangemerkt als een product op basis van melk in de zin van richtlijn 92/46/EEG. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven behandelde het hoger beroep van appellanten tegen een besluit van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV) dat de invoer van dit mengsel had geweigerd.
Na een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen over de interpretatie van de richtlijn, oordeelde het College dat het melkpoeder in het mengsel niet als een essentieel bestanddeel kan worden beschouwd, noch door de hoeveelheid, noch door een kenmerkend effect. De smaak van het mengsel wordt gedomineerd door cacao en het melkpoeder is toegevoegd voor consistentie en homogeniteit, niet als bepalend voor het productkarakter.
Het College bevestigde dat het mengsel als halffabrikaat moet worden beoordeeld op het moment van invoer, zonder te kijken naar het eindproduct chocolademelk waarvoor het dient. Hierdoor is de richtlijn niet van toepassing op het mengsel. Het hoger beroep van appellante 1 werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met veroordeling van RVV in de proceskosten van appellante 1.
Uitkomst: Het College oordeelt dat het mengsel geen product op basis van melk is onder richtlijn 92/46/EEG en vernietigt het bestreden besluit voor zover de rechtsgevolgen in stand bleven.