ECLI:NL:CBB:2006:AV0329
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- J.L.W. Aerts
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek wijziging cijnsvoorschriften bestaande winningsvergunning op grond van de Mijnwet continentaal plat
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft Unocal Netherlands B.V. beroep ingesteld tegen de weigering van de Minister van Economische Zaken om de cijnsvoorschriften van haar winningsvergunning voor blok Q01 te wijzigen. Deze weigering was gebaseerd op het beleid dat gunstige cijnsvoorschriften alleen gelden voor nieuwe vergunninghouders en niet voor bestaande vergunningen.
De kern van het geschil betreft de uitleg en toepassing van artikel 18 van Pro de Mijnwet continentaal plat (Mcp) en de overgangsbepalingen in het Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996. Appellante stelde dat de gedeeltelijke cijnsvrijstelling ook voor bestaande vergunninghouders zou moeten gelden, mede gelet op parlementaire stukken en beleidsregels.
Het College oordeelt dat het beleid van de Minister niet kennelijk onredelijk is en dat het onderscheid tussen bestaande en nieuwe vergunninghouders gerechtvaardigd is vanwege het algemeen belang en het stimuleringsbeleid voor nieuwe gasvelden. Het verzoek van appellante voldoet niet aan het beleid en bijzondere omstandigheden die afwijking rechtvaardigen zijn niet gebleken.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd. Het College ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het wijzigingsverzoek gehandhaafd.