ECLI:NL:CBB:2005:AV0045
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlaging premierechten op grond van niet-benutting zoogkoeienpremie
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin zijn premierechten voor zoogkoeien zijn verlaagd van 9 naar 8. Dit volgde op het niet tijdig indienen van een verminderingsverklaring voor een dier dat was doodgegaan en het niet volledig benutten van de premierechten in 2002.
De Regeling dierlijke EG-premies stelt dat voor premie slechts zoogkoeienproducenten in aanmerking komen die voldoen aan bepaalde voorwaarden, waaronder het houden van een minimum aantal dieren en het gebruik van minimaal 90% van de premierechten. Bij niet-benutting wordt het niet gebruikte deel overgedragen aan de nationale reserve. Verweerder heeft de aanvraag van appellant goedgekeurd, maar later herzien en terugvordering van premie gelast.
Appellant betwist de verlaging van de premierechten omdat hij pas laat bericht kreeg, waardoor hij geen rechten kon bijkopen. Het College oordeelt dat de verlaging terecht is omdat appellant minder dan 90% van zijn premierechten heeft benut en de terugvordering binnen de wettelijke termijn is gebeurd. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlaging van premierechten van 9 naar 8 wordt ongegrond verklaard.