ECLI:NL:CBB:2005:AV0007
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- M.A. Fierstra
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over subsidieverlening windturbine als productie-installatie
Appellante, Raedthuys Windparkbeheer 2003 B.V., heeft beroep ingesteld tegen het besluit van TenneT bv om haar aanvraag voor MEP-subsidie voor een windturbine te weigeren. De windturbine is geplaatst op een locatie waar reeds zeven gesubsidieerde windturbines in gebruik zijn, en alle leveren elektriciteit via één aansluitpunt aan het net.
Verweerster heeft het bezwaar ongegrond verklaard, stellende dat de windturbine samen met de andere zeven als één productie-installatie moet worden beschouwd omdat zij via één aansluitpunt elektriciteit aan het net leveren. Appellante betoogde dat haar turbine een zelfstandige installatie is vanwege een aparte aansluiting op de hoofdkabel, verschillende eigendom, afzonderlijke registratie en controleerbaarheid.
Het College oordeelt dat de Elektriciteitswet 1998 geen definitie van productie-installatie bevat, maar dat de toelichting bij de uitvoeringsregeling en eerdere jurisprudentie het begrip uitleggen als een cluster windmolens via één aansluitpunt. Het College acht de functionele en technische eenheid van de acht turbines gegeven door de gezamenlijke invoeding via één aansluitpunt, ongeacht eigendom, bedrijfsvoering of afzonderlijke registratie.
Daarmee is de windturbine van appellante onderdeel van een reeds gesubsidieerde productie-installatie, waardoor op grond van artikel 72m, tweede lid, van de Elektriciteitswet geen nieuwe subsidie kan worden toegekend. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de windturbine wordt als onderdeel van één productie-installatie beschouwd, waardoor geen subsidie wordt toegekend.