ECLI:NL:CBB:2005:AU8641
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.J. Borman
- J.A. Hagen
- F. Stuurop
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvullende invoerrechten op basis van CIF-prijs bij landbouwheffing
Appellanten Exportslachterij A B.V. en Friguay Holland B.V. hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de Inspecteur van de Belastingdienst betreffende aanvullende invoerrechten en weigering van teruggaaf daarvan. Na eerdere vernietiging van deze besluiten door het College, heeft de Inspecteur de bezwaren alsnog gegrond verklaard en de aanvullende rechten berekend op basis van de CIF-prijs in plaats van de representatieve prijs.
Appellanten stelden dat de heffing van aanvullende invoerrechten geen rechtsgrondslag heeft, verwijzend naar het arrest Kloosterboer van het Hof van Justitie. Het College oordeelt echter dat ondanks de gedeeltelijke nietigverklaring van de Uitvoeringsverordening, artikel 5 van Pro de Basisverordening een wettelijke basis biedt voor de heffing van aanvullende rechten op basis van de CIF-invoerprijs.
Verder betoogden appellanten dat het herstel van een vergissing door de Inspecteur in strijd is met het gelijkheidsbeginsel ('equality of arms'). Het College stelt dat de Inspecteur rechtmatig heeft gehandeld door te voldoen aan de opdracht tot herbeslissing en dat dit geen schending van rechtsbeginselen oplevert.
Aangezien de hoogte van de CIF-waarde niet in geschil is, verklaart het College het beroep ongegrond en wijst het een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard en de aanvullende invoerrechten op basis van de CIF-prijs bevestigd.