ECLI:NL:CBB:2005:AU8265
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Verwayen
- J.L.W. Aerts
- H. Bekker
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen gedeeltelijke gegrondverklaring klacht tegen registeraccountant wegens intimiderende brief
Appellanten A en B dienden een klacht in tegen registeraccountant C over vermeende fouten en nalatigheden van administratiekantoor D, waar betrokkene mede leidinggevende was. De raad van tucht verklaarde tien onderdelen van de klacht ongegrond wegens onvoldoende onderbouwing, maar verklaarde de klacht gegrond voor het onderdeel van een intimiderende brief van betrokkene aan appellanten.
Appellanten stelden beroep in tegen deze beslissing en voerden aan dat de klacht voldoende was gespecificeerd en dat betrokkene mede verantwoordelijk was voor het handelen van D. Het College van Beroep oordeelde dat de klacht ten aanzien van de tien onderdelen wel degelijk voldoende was toegelicht en dat de raad van tucht ten onrechte deze onderdelen ongegrond had verklaard zonder inhoudelijke beoordeling.
Het College stelde echter vast dat betrokkene niet als accountant was opgetreden in de zin van de gedragsregels en daarom niet tuchtrechtelijk aansprakelijk kon worden gehouden voor de genoemde gedragingen van D. Het beroep werd gegrond verklaard, de beslissing van de raad van tucht vernietigd, en de klacht over de tien onderdelen alsnog ongegrond verklaard. De gegrondverklaring van de klacht over de intimiderende brief bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de beslissing van de raad van tucht vernietigd en de klacht over tien onderdelen ongegrond verklaard, terwijl de klacht over de intimiderende brief gegrond blijft.