ECLI:NL:CBB:2005:AU7841
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen gedeeltelijke afwijzing EG-steun akkerbouwgewassen
Appellante had een aanvraag ingediend voor EG-steunverlening voor akkerbouwgewassen over het jaar 2002. De Minister van Landbouw wees deze aanvraag gedeeltelijk af omdat bij controle was vastgesteld dat de door appellante braakgelegde oppervlakte niet voldeed aan de vereisten, met name vanwege een perceel dat niet de vereiste minimale breedte had.
Appellante voerde in bezwaar en beroep aan dat zij wel aan haar braakverplichtingen had voldaan, onder meer omdat vlak voor de controle het perceel met uien was gerooid en losse uien op het braakperceel terecht waren gekomen, wat tot een verkeerde inschatting van de controleur zou hebben geleid. Tevens stelde zij dat de Minister onzorgvuldig had gehandeld door niet tot een hercontrole over te gaan.
Het College oordeelde dat de Minister terecht was uitgegaan van de vaststellingen van de controleur, die tijdens de controle door appellante zelf waren erkend. Het College verwierp het standpunt dat de aanvraag beoordeeld moest worden aan de hand van latere normen en vond dat de Minister geen hercontrole hoefde uit te voeren. De overige grieven werden eveneens verworpen en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de gedeeltelijke afwijzing van haar aanvraag EG-steun voor akkerbouwgewassen wordt ongegrond verklaard.