ECLI:NL:CBB:2005:AU5012
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen afwijzing akkerbouwsubsidie wegens onvoldoende bewijs zelfstandigheid bedrijf
Appellant had subsidie aangevraagd voor akkerbouwgewassen over de jaren 2000 en 2001, maar de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit had deze subsidies herzien en teruggevorderd omdat niet kon worden vastgesteld dat appellant een afzonderlijk bedrijf exploiteerde. Zowel appellant als een maatschap waren gevestigd op hetzelfde adres en gebruikten hetzelfde bankrekeningnummer, waardoor verweerder twijfelde aan de zelfstandigheid van appellant.
Appellant stelde dat zijn bedrijf feitelijk en administratief gescheiden was van de maatschap, met een eigen adres, aparte administratie en aparte bankrekening. Echter, appellant heeft niet de gevraagde bewijsstukken overlegd om dit te staven, ondanks herhaalde verzoeken en gelegenheid daartoe.
Het College oordeelde dat appellant niet had voldaan aan de bewijsverplichting om aan te tonen dat hij als producent in de zin van de Regeling kon worden aangemerkt. De verwevenheid tussen appellant en de maatschap was onvoldoende opgehelderd. De subsidies aan de maatschap werden wel toegekend, maar dit betekende niet dat appellant ook als zelfstandig bedrijf kon worden beschouwd.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidie gehandhaafd. Een veroordeling in proceskosten werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een zelfstandig bedrijf exploiteert.