ECLI:NL:CBB:2005:AU4644
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- J.A. Hagen
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de berekening van MEP-subsidie voor windenergie volgens de Elektriciteitswet 1998
V.O.F. Windvlaag heeft beroep ingesteld tegen een besluit van TenneT B.V. waarin het bezwaar van Windvlaag tegen de toekenning van MEP-subsidie voor een windturbine werd ongegrond verklaard. Het geschil betreft de wijze van berekening van het maximaal subsidiabele aantal vollasturen en de periode waarover subsidie wordt verleend.
De Elektriciteitswet 1998 bepaalt dat subsidie wordt verstrekt voor een periode van maximaal tien jaar, verminderd met de periode dat de installatie reeds in gebruik was voordat de subsidieregeling inging. De Uitvoeringsregeling hanteert een forfaitair maximum van 150 vollasturen per maand om het maximale aantal te subsidiëren kWh te bepalen.
Windvlaag betoogde dat niet het forfaitaire aantal vollasturen, maar het werkelijke aantal in de periode vóór de subsidieregeling moest worden gehanteerd, en stelde dat de regeling in strijd is met de wet en het gelijkheidsbeginsel. Het College oordeelde dat de regeling niet onredelijk is en in overeenstemming met de wet, dat het forfaitaire aantal vollasturen passend is en dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld.
Daarom verklaarde het College het beroep ongegrond en wees het verzoek om een andere berekeningswijze af.
Uitkomst: Het beroep van V.O.F. Windvlaag tegen de berekening van de MEP-subsidie is ongegrond verklaard.