ECLI:NL:CBB:2005:AU3248
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering pluimveerechten na samenvoeging mestnummers
Appellant voerde een landbouwbedrijf met twee mestnummers die in 1999 werden samengevoegd tot één nieuw mestnummer. Verweerder weigerde pluimveerechten toe te kennen omdat het nieuwe bedrijf na 6 november 1998 was ontstaan, waardoor volgens artikel 58i Mw de mestproductiegegevens van de oorspronkelijke bedrijven niet mochten worden meegenomen.
Appellant stelde dat hij feitelijk al sinds 1988 één bedrijf exploiteerde en dat de samenvoeging slechts administratief was. Hij betoogde dat hij door de late toekenning schade had geleden. Het College oordeelde dat de mededeling van 28 september 2001 geen besluit was en dat het bezwaar ten onrechte ontvankelijk was verklaard. Het beroep werd gegrond verklaard en het College stelde het bezwaar niet-ontvankelijk.
Het College benadrukte dat het begrip 'bedrijf' in de Meststoffenwet naar de feitelijke omstandigheden moet worden beoordeeld en dat een nieuw mestnummer niet automatisch een nieuw bedrijf betekent. De samenvoeging was feitelijk een voortzetting van hetzelfde bedrijf. De Staat werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht werd aan appellant vergoed.
Ten aanzien van de door appellant gestelde schade stelde het College dat deze uitsluitend bij de burgerlijke rechter kan worden ingediend. De zaak werd gesloten met vernietiging van het bestreden besluit en een duidelijke uitspraak over de ontvankelijkheid van het bezwaar.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en appellant niet ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar tegen de mededeling van 28 september 2001.