ECLI:NL:CBB:2005:AU1958
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- J.A. Hagen
- F.H.M. Possen
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing aanvraag ooienpremie wegens ontbrekende handtekeningen ingebruikgevers
Appellant diende een aanvraag in voor ooienpremie over het verkoopseizoen 2003, waarbij vier ingebruikgevers en locaties werden vermeld. De aanvraag bevatte echter niet de vereiste handtekeningen van deze ingebruikgevers, maar slechts hun namen op de daarvoor bestemde plaats. Verweerder wees de aanvraag af wegens een opzettelijke onregelmatigheid, omdat hij meende dat appellant de handtekeningen had vervalst.
Het College oordeelt dat de ambtenaar die de aanvraag in behandeling nam niet redelijkerwijs kon aannemen dat de namen handtekeningen waren of dat sprake was van vervalsing. De aanvraag was onvolledig en had conform artikel 4:5 Awb Pro aan appellant moeten worden geretourneerd om te worden aangevuld met de juiste handtekeningen.
Bij de beslissing op bezwaar had verweerder appellant alsnog de gelegenheid moeten bieden de ontbrekende handtekeningen te leveren. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken opnieuw op het bezwaar te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd met opdracht tot hernieuwde besluitvorming.