ECLI:NL:CBB:2005:AU1359
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- H.C. Cusell
- J.L.W. Aerts
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningweigering wegens onvoldoende zorgvuldigheid AFM bij beoordeling managementdeskundigheid
Appellante, een effecteninstelling, verzocht om een vergunning voor het verrichten van vermogensbeheer, waarbij de deskundigheid van haar bestuurders C en D werd beoordeeld door de toezichthouder AFM. Deze weigerde de vergunning omdat C en D niet voldeden aan de eis van algemene managementdeskundigheid, met name het ontbreken van leidinggevende kwaliteiten in een hiërarchische verhouding en onvoldoende referenties van voormalige werkgevers.
De rechtbank bevestigde dit oordeel en verwierp het beroep van appellante. In hoger beroep stelde appellante dat AFM de beoordelingsruimte had overschreden, dat zij niet tijdig was geïnformeerd over kritische verklaringen van referenten en dat zij daardoor haar verdediging niet goed kon voeren.
Het College van Beroep oordeelde dat AFM terecht de eis van leidinggevende kwaliteiten in een hiërarchische verhouding mocht stellen en dat het op appellante rustte om de benodigde gegevens te verstrekken. Echter, AFM had appellante niet tijdig geïnformeerd over de verklaringen van referenten die een negatieve invloed hadden op de beoordeling, waardoor appellante niet adequaat kon reageren. Dit was een schending van de zorgvuldigheidsplicht van AFM.
Daarom vernietigde het College het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en droeg AFM op een nieuwe beslissing te nemen, waarbij zij appellante voldoende gelegenheid moet geven om haar deskundigheid aan te tonen. Tevens werd AFM veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het College vernietigt het besluit van AFM en draagt op tot een nieuwe zorgvuldige beslissing met inachtneming van hoor en wederhoor.