ECLI:NL:CBB:2005:AT9316
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Intrekking taxivergunning wegens niet voldoen aan vakbekwaamheidseis
Appellant had een vergunning voor taxivervoer die werd verleend op basis van de vakbekwaamheid van een procuratiehouder, D. Na onderzoek bleek dat D niet langer permanent en daadwerkelijk leiding gaf aan de onderneming, wat een vereiste is volgens de Wet personenvervoer 2000.
Verweerder trok de vergunning in omdat de feitelijke situatie niet overeenkwam met de bij de aanvraag verstrekte informatie. Appellant stelde dat hij gerechtvaardigde verwachtingen had en verzocht om verlenging van de exploitatieperiode, maar het College oordeelde dat het vertrouwen niet zo ver strekte dat intrekking onmogelijk was.
Het College overwoog dat verweerder bevoegd was om na vergunningverlening te onderzoeken of aan de vakbekwaamheidseis werd voldaan en dat de intrekking terecht was. Appellant kreeg ruim uitstel, en het beroep werd ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de taxivergunning bevestigd.