ECLI:NL:CBB:2005:AT9315
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Intrekking taxivergunning wegens niet voldoen aan eis van vakbekwaamheid
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat tot intrekking van de taxivergunning van appellant sub 2. De intrekking was gebaseerd op het niet langer voldoen aan de eis van vakbekwaamheid, omdat de procuratiehouder niet meer permanent en daadwerkelijk leiding gaf aan de onderneming.
Het College oordeelt dat appellant sub 1 niet-ontvankelijk is omdat zijn belang slechts indirect is betrokken. Het beroep van appellant sub 2 wordt inhoudelijk behandeld. Het College bevestigt dat de Minister bevoegd is om na vergunningverlening te onderzoeken of de feitelijke situatie overeenkomt met de aanvraag en de vergunning in te trekken indien dit niet het geval is.
Uit het onderzoek en de beantwoording van het onderzoeksformulier blijkt dat de werkzaamheden van de procuratiehouder niet kunnen worden aangemerkt als permanent en daadwerkelijk leidinggeven. De vergunningintrekking is daarom terecht. Het College acht de belangenafweging zorgvuldig en wijst het beroep van appellant sub 2 af.
De uitspraak werd gedaan door mr. M.A. van der Ham op 30 juni 2005.
Uitkomst: Het beroep van appellant sub 1 wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van appellant sub 2 ongegrond verklaard wegens het niet voldoen aan de eis van permanent en daadwerkelijk leidinggeven.