ECLI:NL:CBB:2005:AT9314
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Intrekking taxivergunning wegens niet voldoen aan eis van vakbekwaamheid door gebrek aan permanent en daadwerkelijk leidinggeven
Appellant, handelend onder de naam A Taxi, kreeg in 2001 een vergunning voor het verrichten van taxivervoer, waarbij de vakbekwaamheid werd ingebracht door een procuratiehouder, B. Na onderzoek bleek dat B niet langer permanent en daadwerkelijk leiding gaf aan de onderneming, wat een vereiste is volgens de Wet personenvervoer 2000 en het Besluit personenvervoer 2000.
Verweerder trok de vergunning in omdat de feitelijke bedrijfsvoering niet meer overeenkwam met de situatie bij vergunningverlening. Appellant voerde aan dat hij uitstel wenste voor het behalen van zijn vakbekwaamheidsexamens en verwees naar persoonlijke omstandigheden, maar het College oordeelde dat voldoende uitstel was verleend en dat de intrekking terecht was.
Het College benadrukte dat het vertrouwen van appellant in het behoud van de vergunning niet gerechtvaardigd was, omdat de vergunningverlening onder voorbehoud stond van het blijven voldoen aan de vakbekwaamheidseisen. De intrekking is niet onredelijk en de belangen van appellant zijn voldoende gewogen. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de taxivergunning wordt ongegrond verklaard en de intrekking bevestigd.