ECLI:NL:CBB:2005:AT8921
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- J.A. Hagen
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bindende aanwijzing en aansprakelijkheidsbeperkingen gastransportbedrijf Westland
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de bindende aanwijzing van de directeur DTe aan Westland Energie Infrastructuur B.V. centraal, waarin de indicatieve tarieven en voorwaarden voor gastransport in 2002 aan de orde zijn. Appellanten, vertegenwoordigers van netgebruikers, betoogden dat de bindende aanwijzing onvoldoende was gemotiveerd en dat de aansprakelijkheidsbeperkingen van Westland onredelijk waren. Verweerder stelde dat de Richtlijnen Gastransport geen algemeen verbindende voorschriften zijn en dat de aansprakelijkheidsbeperkingen binnen de energiesector gebruikelijk en toelaatbaar zijn.
Het College overwoog dat de Richtlijnen niet als algemeen verbindende voorschriften kunnen worden aangemerkt en dat verweerder discretionair bevoegd is om bindende aanwijzingen te geven. De aansprakelijkheidsuitsluitingen van Westland werden niet onredelijk geacht, mede vanwege de onmogelijkheid voor Westland om zich adequaat te verzekeren zonder tariefstijgingen. Verder werd geoordeeld dat verweerder niet verplicht was om strengere eisen te stellen aan kostengeoriënteerde tarieven en dat de belangenafweging bij het besluit van verweerder voldoende was.
Het beroep van appellanten werd ongegrond verklaard. Het College vond geen aanleiding om partijen te veroordelen in proceskosten. De zaak benadrukt de beleidsvrijheid van de toezichthouder en de ruimte voor gastransportbedrijven om aansprakelijkheid te beperken binnen het civiele recht.
Uitkomst: Het beroep van appellanten tegen de bindende aanwijzing aan Westland wordt ongegrond verklaard.