ECLI:NL:CBB:2005:AT8854
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Intrekking taxivergunning wegens niet voldoen aan vakbekwaamheidseis binnen onderneming
Appellant, handelend onder de naam Taxi A, kreeg in 2002 een vergunning voor taxivervoer op basis van de vakbekwaamheid van een procuratiehouder, B. Later constateerde de Minister dat binnen de onderneming niet langer werd voldaan aan de eis van vakbekwaamheid, omdat B niet meer permanent en daadwerkelijk leiding gaf.
Na een bezwaarprocedure en hoorzitting handhaafde de Minister het besluit tot intrekking van de vergunning. Appellant voerde aan zelf vakbekwaam te worden en verzocht om uitstel, maar het College oordeelde dat de Minister bevoegd was om de vergunning in te trekken zodra niet langer aan de vakbekwaamheidseis werd voldaan.
Het College stelde vast dat appellant geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen aan het behoud van de vergunning en dat de feitelijke situatie niet overeenkwam met de oorspronkelijke aanvraag. Het verzoek om uitstel werd afgewezen, omdat appellant reeds ruime gelegenheid had gekregen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de taxivergunning bevestigd.