ECLI:NL:CBB:2005:AT8846
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten weigering en niet-ontvankelijkverklaring taxivergunningen en proceskostenvergoeding
Appellanten hebben aanvankelijk vergunningen voor taxivervoer aangevraagd die door de Minister van Verkeer en Waterstaat op 4 maart 2002 werden geweigerd. Na bezwaar werden deze besluiten op 11 en 17 februari 2003 gehandhaafd. Appellanten stelden beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Tijdens de procedure verleende de Minister alsnog vergunningen op 25 februari 2004, waarna appellanten bezwaar maakten tegen deze vergunningverlening. Dit bezwaar werd door de Minister niet-ontvankelijk verklaard op 29 april 2004.
Het College heeft geoordeeld dat de oorspronkelijke weigering en de daaropvolgende handhaving niet standhouden, mede omdat aan appellanten voorafgaand aan de weigering schriftelijke toezeggingen waren gedaan. De beroepen tegen de oorspronkelijke besluiten zijn gegrond verklaard en deze besluiten vernietigd. Ook het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de vergunningverlening van 25 februari 2004 is onterecht en wordt vernietigd.
Het College bepaalt dat de Minister opnieuw moet beslissen op het bezwaar tegen de verleende vergunningen, inclusief de inhoudelijke beoordeling van de aangevoerde gronden en de aanspraak op schadevergoeding. Tevens worden de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellanten vergoed. De uitspraak is gedaan op 16 juni 2005 door het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: De oorspronkelijke weigering en niet-ontvankelijkverklaring worden vernietigd en de Minister wordt verplicht opnieuw te beslissen, met vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.