ECLI:NL:CBB:2005:AT7331
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op toekenning extensiveringsbedrag 2002 wegens ontbreken kennelijke fout
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin het bezwaar tegen de afwijzing van de aanvraag voor het extensiveringsbedrag 2002 werd afgewezen. De kern van het geschil betreft de vraag of sprake is van een kennelijke fout in de aanvraag oppervlakten 2002 die recht zou geven op correctie na de uiterste indieningsdatum.
Het College heeft vastgesteld dat appellante de aanvraag voor het extensiveringsbedrag in 2002 niet heeft aangevraagd binnen de daarvoor geldende termijn en dat de aanvraag niet onlogisch, onvolledig of inconsequent was ingevuld. De regelgeving en richtsnoeren van de Europese Commissie stellen dat alleen een objectief vaststaande kennelijke fout een latere correctie rechtvaardigt.
Appellante voerde aan dat de niet-aanvraag een kennelijke fout was, onder meer omdat in 2001 en 2003 wel premie werd aangevraagd en de bedrijfsvoering niet wezenlijk was veranderd. Het College oordeelde echter dat dit geen aanleiding geeft tot het aannemen van een kennelijke fout, omdat LASER niet verplicht is aanvragen met eerdere aanvragen te vergelijken en de aanvraag niet tegenstrijdig was.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is het bestreden besluit gehandhaafd. Het College achtte geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen sprake is van een kennelijke fout in de aanvraag voor het extensiveringsbedrag 2002.