ECLI:NL:CBB:2005:AT6095
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing heffing op grondslag van omzet door Hoofdbedrijfschap Afbouw en Onderhoud
Appellante, een onderneming actief in de fabricage en handel van bouwprodukten, maakte bezwaar tegen een door het Hoofdbedrijfschap Afbouw en Onderhoud opgelegde heffing over het jaar 2003, gebaseerd op de omzet van 2001. De heffing was aanzienlijk hoger dan in 2002, mede door een gewijzigde heffingsstructuur.
Het College oordeelt dat de Heffingsverordening 2003, waarop de heffing is gebaseerd, niet in strijd is met hogere regelgeving en dat het bestuur van verweerder binnen zijn ruime beleidsvrijheid heeft gehandeld. De omzet als grondslag voor de heffing is toelaatbaar en de verhoging wordt deels verklaard door het vervallen van een sectorheffing die in 2003 niet aan appellante werd doorberekend.
De klacht dat de heffing niet in verhouding staat tot het geboden profijt wordt verworpen, aangezien de verordening niet vereist dat de heffing afhankelijk is van het individuele profijt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de heffing over 2003 wordt ongegrond verklaard.