ECLI:NL:CBB:2005:AT5816
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Cusell
- M.A. Fierstra
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid van verdachtverklaring en preventieve ruiming van dieren bij mond- en klauwzeerbestrijding
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of de Minister van Landbouw terecht de evenhoevige dieren van appellanten verdacht heeft verklaard van mond- en klauwzeer (mkz) en vervolgens heeft doen ruimen. De besmetverklaring van het primaire bedrijf van D te Oosterwolde, waarop de maatregelen zijn gebaseerd, is door het College als rechtmatig beoordeeld op basis van laboratoriumonderzoeken en epidemiologische gegevens. Appellanten voerden onder meer aan dat de besmetverklaring prematuur was en dat de ruimingscirkel van twee kilometer onterecht was vastgesteld zonder rekening te houden met natuurlijke barrières en weersomstandigheden.
Het College oordeelt dat de Minister in redelijkheid tot zijn oordeel kon komen en dat de ruime interpretatie van het begrip 'aangrenzend' in de richtlijn en de Commissie-beschikking passend is bij de bestrijding van mkz. De preventieve ruiming na vaccinatie is daarmee rechtmatig. De bezwaren over de schadevergoeding zijn gegrond verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn, waardoor de besluiten op dat punt worden vernietigd en de bezwaren niet-ontvankelijk worden verklaard.
Het College heeft prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie gesteld over de uitleg van richtlijn 85/511/EEG, met name over de bevoegdheid van laboratoria die mkz-onderzoek mogen uitvoeren en de rechtsgevolgen van uitslagen van niet-geautoriseerde laboratoria. De procedure wordt geschorst in afwachting van de prejudiciële beslissing.
De uitspraak bevestigt het belang van snelle en brede maatregelen bij mkz-uitbraken en onderstreept de beperkte toetsingsruimte van de rechter bij veterinaire en beleidsmatige besluiten, maar benadrukt ook de noodzaak van correcte procedures voor schadevergoeding en rechtsbescherming.
Uitkomst: De verdachtverklaring en preventieve ruiming van dieren zijn rechtmatig, maar besluiten over schadevergoeding worden vernietigd wegens termijnoverschrijding; prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie.